De Koning Willem I Prijs gaat niet over één nacht ijs. Juist daarom is deze erkenning zo eervol en daarom zien winnaars het als een echte kroon op hun werk. Het uitgebreide traject dat aan de tweejaarlijkse uitreiking vooraf gaat, is zowel precies als persoonlijk. Daardoor voel ik me bij de Koning Willem I Stichting net zo thuis als bij PINO.
Een echte kroon
Door Tessy Miltenburg
Sluitstuk van een reis
Vorige week woensdag stond ik trots onder het opvallende koepeldak van Circa Amsterdam, in afwachting van de finalisten en hun delegaties, oud-winnaars, netwerkpartners, minister Heleen Herbert en uiteraard Hare Majesteit Koningin Máxima, erevoorzitter van de stichting. Als directeur van de stichting mocht ik iedereen samen met het bestuur en de vakjury ontvangen. Van dichtbij zag ik de spanning op de gezichten van de finalisten in drie categorieën: de Plaquette voor Duurzaam Ondernemerschap, MKB en Grootbedrijf. Elke categorie kende drie finalisten. In de zaal zaten dus negen delegaties op het puntje van hun stoel. Dat snap ik goed, want dit is niet zomaar een prijs en de uitreiking is het sluitstuk van hun reis die bijna een jaar duurt.
Moedig, veerkrachtig en duurzaam
Vanaf het najaar van vorig jaar konden bedrijven die denken kans te maken, zich inschrijven voor de Koning Willem I Prijs. In december gaan na een eerste snelle toets op de criteria de vier regiojury’s aan de slag. Daarin zetelen onder meer oud-winnaars, die uit eerste hand weten uit welk hout een winnaar gesneden moet zijn. Ik heb gezien hoe hoog daar de lat al ligt. De juryleden duiken bijvoorbeeld diep in de vijf laatste jaarverslagen van elke inzender of brengen persoonlijk een bezoek aan de ingezonden organisatie. Samen nomineren de regiojury’s zeven kanshebbers in elke categorie. Die krijgen tijdens de pitchdagen bij De Nederlandsche Bank de kans om de vakjury te overtuigen van hun moedig, veerkrachtig en duurzaam ondernemerschap: de uitgangspunten van de prijs.
Gezichten vol enorme trots
Na de pitchdagen adviseert de vakjury over de eindkandidaten. Ook een meer dan grondige afweging, weet ik. Over dat eindadvies buigt zich het bestuur met haar erevoorzitter tijdens een bijzondere vergadering. Uit die bijeenkomst rollen de definitieve namen van de negen finalisten. De drie die uiteindelijk de bekroning krijgen, horen dat pas tijdens de feestelijke uitreiking in mei. De spanning die ik vorige week zag op de gezichten van de negen delegaties, was dus meer dan logisch. Toch zag ik naast die spanning ook iets anders: enorme trots. Die had ik de weken voorafgaand ook gezien, toen we met de voorzitters van de vakjury’s alle finalisten bezochten.
Organisaties als totaal
Tijdens die bedrijfsbezoeken in het hele land werd me nog eens meer dan duidelijk hoeveel betekenis de prijs heeft. Voor het hele bedrijf. Van de receptioniste die me met een brede lach op de oorkonde wijst tot iedereen die ik spreek op de werkvloer en persoonlijk erkenning voelt. De Koning Willem I Prijs is beslist niet alleen een kroon op het hoofd van directeuren en bestuurders, maar van organisaties als totaal. Dat zal Koningin Máxima ook zien, nu zij de komende maanden de winnaars bezoekt: DO IT Organic, Polarsteps en Spierings Mobile Cranes. Ik wens iedereen die bij deze drie bedrijven werkt, alle eer van de bekroning.
In het persoonlijke van deze prijs én in het gedegen traject dat ermee gemoeid is, herken ik de waarden die we bij PINO ook zo belangrijk vinden. Dat PINO vanaf vorig jaar de vaste organisatiepartner van de Koning Willem I Prijs is, zie ik dan ook als een geweldige match. En stiekem ook een beetje als een kroon op óns werk.
Nog meer eventinspiratie nodig? Ontvang elke maand een flinke dosis in je mailbox met onze nieuwsbrief.