”PINO helpt echt het beste uit onszelf te halen”

Interview: Sylvia Lafourcade | Communicatieadviseur bij het Hoogwaterbeschermingsprogramma

Binnen het Hoogwaterbeschermingsprogramma werken de 21 waterschappen en Rijkswaterstaat samen aan de grootste dijkversterkingsoperatie van Nederland ooit. Minimaal 1300 kilometer dijk wordt versterkt en 500 sluizen en gemalen verbeterd. Veel contact met elkaar en het delen van kennis en innovatie is dus essentieel. Maar waar de alliantie normaal jaarlijks met zo’n 700 dijkwerkers samenkomt, gooide corona dit jaar roet in het eten. Tóch stond het HWBP meer dan ooit in contact met de dijkwerkers.

Al bijna vijf jaar organiseren PINO en  het Hoogwaterbeschermings-programma samen de Dijkwerkersdag. De basis voor een goede samenwerking was dus al gelegd. Tijdens het coronajaar 2020 werd deze samenwerking geïntensiveerd met een podcastserie, verschillende talkshows en een nieuw concept: Dijkwerkers On Tour. PINO sprak met Sylvia Lafourcade, communicatieadviseur bij het Hoogwaterbeschermings-programma, over deze mooie samenwerking.

Hoe heeft het HBWP afgelopen jaar beleefd?

‘2020 was een bijzonder jaar voor het Hoogwaterbeschermings-programma. Met pijn in het hart zagen we dat door corona de Dijkwerkersdag niet door kon gaan. We vroegen onszelf toen af: wat betekent dit voor verbinding met de alliantie? Want onze enorme opgave is complex. Hoe delen we die kennis als we elkaar niet meer mogen ontmoeten? Al snel ontstond tijdens een brainstorm met PINO het idee voor een podcastserie. Zij stimuleerden ons om creatief te zijn en stappen te zetten. Dit gaf ons het vertrouwen om dit idee met de kennis van PINO samen op te pakken en te verbeteren. En hoe het gelukt is? Door het gewoon te gaan doen!’

Hoe zijn jullie na de lancering van de eerste podcastserie verder gegaan?

‘Het logische vervolg op de podcasts was een talkshow, dan kunnen mensen je ook zien. En toen het even weer kon in september, hebben we Dijkwerkers On Tour geïntroduceerd. De programmering van de Dijkwerkersdag was namelijk al rond. Toen deze niet door kon gaan beseften we ons: op de dijk is alle ruimte. Kunnen we de sessies van de Dijkwerkersdag wellicht letterlijk op de dijk brengen? Ja! Uiteindelijk hebben we 11 Dijkwerkers On Tour-sessies georganiseerd met maximaal 30 deelnemers op de dijk. We hebben gefietst en gewandeld en hadden interactieve momenten op de dijk.’

Wat is typisch PINO?

‘PINO is heel proactief en denkt mee over vorm en inhoud. Dan voelt het echt als een samenwerking. Daarnaast weet PINO erg goed wat we willen, de thema’s waarmee we werken en het netwerk waarmee we verbonden zijn. Zo helpt PINO echt om het beste uit onszelf te halen. Dit hadden we niet alleen gedaan of gekund op het hoge tempo. We hebben 22 podcasts gemaakt, 3 talkshow en 11 bijeenkomsten Dijkwerkers On Tour. Dat was voor ons een megaproductie. Het is dan heel erg belangrijk dat je van elkaar weet wie je bent, wat je belangrijk vindt, dat je afspraken nakomt dat je samen de stappen zet.’

Hoe heeft jullie doelgroep dit jaar beleefd?

‘We stonden dit jaar misschien nog wel meer in verbinding met de alliantie dan voorheen. De alliantie heeft zich daarin ook van zijn beste kant laten zien. We kregen heel veel positieve feedback, omdat we zo snel verbinding tot stand hebben gebracht. Half maart zaten we thuis, de eerste uitzending van de podcast was 7 april. Hiermee hebben we ook onze meerwaarde kunnen laten zien. Het écht ontmoeten blijft een gemis, maar door de laagdrempeligheid van de podcasts en talkshows creëren we meer momenten om mensen te inspireren. Daarnaast kregen we erg veel enthousiaste reacties op de Dijkwerkers On Tour. Bij het inleveren van hun audioset zeiden mensen stuk voor stuk: wat was dit leuk, we hopen dat jullie dit blijven doen. Juist omdat de groepen klein waren en de beleving in het gebied écht iets toevoegde.’

Hoe zien jullie de toekomst?

‘We zijn heel tevreden, het is een goed communicatiejaar geweest dat voor meerwaarde in de alliantie en met eigen collega’s heeft gezorgd. We gaan dit vasthouden en kijken hoe we deze nieuwe middelen een vaste plek kunnen geven. Voorlopig zitten we nog wel thuis, dus dit gaan we zeker voortzetten!’